Scène III
VALERIE:
Gij wìlt een litteken?
De meeste mensen komen hier om dat te laten weghalen.
Gij zijt nen raren.
En zo groot.
Dat is toch niet schoon?
ABBI:
De mensen gaan denken dat ik iets heb meegemaakt.
VALERIE:
De mensen gaan denken dat ge zot zijt.
TIM:
Laat diene jongen gerust, hij heeft niets misdaan.
DONNA:
En gij?
(Tim zwijgt)
ABBI:
De mensen gaan mij vragen stellen.
Ik moet nog een goed verhaal verzinnen.
Maar dat komt wel.
Ik test een paar versies en de beste, die hou ik bij.
Of beter nog: als ze iets vragen, dan zwijg ik gewoon
en staar zo wat getraumatiseerd voor mij uit.
Ik kan niet huilen op bevel.
Ik zou dat graag kunnen.
Dat zou het helemaal afmaken.
De vrouwen gaan denken dat ik pijn heb gehad.
Ze gaan denken dat ze mijn litteken kunnen verzorgen.
Tot dat het weggaat.
In hun hoofd, maar ook in het mijne.
Mensen gaan mijn naam onthouden.
Mensen gaan mij willen kennen.
Als ik ergens binnenstap, begint het gefluister.
Dat is diene gast met zijn litteken.
En ze verzinnen de wildste verhalen.
Ik moet niet meer praten.
Ik moet niet meer doen alsof ik interessant ben.
Ik ben het.
Ik moet gewoon zwijgen en zo wat getraumatiseerd voor mij uitstaren.
Misschien ook wat wenen, maar dat moet ik nog leren.
Kunt ge daar les voor volgen?
Dat lijkt mij een schoon leven.
VALERIE:
Maar ge ziet er niet uit!
Ge laat uzelf vrijwillig verminken.
TIM:
Wij allemaal.
Zijt gij hier voor iets anders, dan?
ABBI:
Jamaar, hier doen ze dat onder verdoving.
VALERIE:
Ik ben hier nergens voor!
Ik ben hier voor ne vriend.
Hij heeft mij gevraagd informatie in te winnen.
Zo spreekt die.
‘Valerie, mijn goede vriendin,
wil jij voor mij wat informatie inwinnen?’
DONNA:
Hoe heet hij?
VALERIE:
Steven.
(Donna gooit een open magazine voor Valeries voeten. Abbi raapt het op.
Donna zelf prepareert een lijntje coke op het tafeltje.)
DONNA:
Een ex van mij heet Steven.
Maar ’t zal hem niet zijn.
Hij zit in den bak.
Ik moet hem dringend nog eens opzoeken.
Hij was ok, tot hij mij leerde kennen.
Ik waarschuw u: als ge op mij valt, kunt ge u serieus zeer doen.
(Tim staart haar met open mond aan.)
DONNA:
Relax, dat is niet waar, ze.
Hij geeft les.
Aan blinde kleuters.
Kleurboeken in braille.
(Ze schaterlacht. Tim keert zich naar Valerie.)
TIM:
Hebt gij dan nooit iemand anders willen zijn?
Breken met uw oud leven en gewoon opnieuw beginnen?
Nee, dat zal wel niet.
Gij hebt alles wat ge wilt.
Een huis met nen tuin. Met een boomke in.
Het moet nog wat groeien, maar ’t is veelbelovend.
Nog een jaarke, dan staan de appels er.
Nen hond. Joske. Zo nen Ierse Wolf.
Bestaat dat?
Twee kinderen. Ne vent.
Ne vent met een schoon job en ne Volvo. Van ’t werk, maar toch.
Is er ne vent?
VALERIE:
D’er is zelfs geen boomke.
TIM:
Bij mij ook niet.
Behalve diene kerstboom die ik nog moet wegdoen.
Maar ik krijg het niet over mijn hart.
We hebben hem versierd, ne piek op gezet.
En dan, gewoon omdat het niet langer december was,
Uitgekleed. Gestript. Tot er alleen dat lelijk karkas overbleef.
Afgeleefd. Uitgeleefd. Ge-leefd.
Ik denk dat ik hem opnieuw ga versieren.
En gewoon terugzetten.
Eens zien wat voor effect dat geeft.
DONNA:
We?
TIM:
Wat?
VALERIE:
Ja, ik heb het ook gehoord, ge hebt ‘we’ gezegd.
Wie zijn ‘we’?
ABBI:
Dat is de vraag, natuurlijk.
En wat doen we hier.
Afin, niet ‘hier’, maar…
DONNA:
Zoudt gij een draak doden voor mij?
Ge twijfelt. Dat moogt ge nooit doen.
Dat heeft Sint Joris ook niet gedaan.
(tegen Tim) Zoudt gij een draak doden voor uw vrouw?
TIM:
Dat hangt er van af.
VALERIE:
(kattig) Hoeveel koppen hij heeft?
(Donna glimlacht. Valerie kijkt teleurgesteld naar beneden. Ook Tim heeft door dat hij zich verraden heeft.)
TIM:
Het is niet wat ge denkt!
Ik ben ne kerstboom!
Ik bedoel… ik word geleefd.
Ze zeggen dat het de schoonsten dag van uw leven is.
Ze hebben gelijk.
In elk geval de schoonsten dag van de rest van uw leven.
Ik ben genen avonturier, nooit geweest, maar soms…
Ik heb tien tenen. Er is niets mis met mij. Behalve…
Nen tattoo.
Ik heb nen tattoo laten zetten en ik moet hem laten weghalen.
Van haar.
Ik wil niet.
Ik vind het nen héél schonen tattoo.
Zo ne salamander.
Klein, zwart, hij kruipt naar boven op mijn ribben.
Hij houdt zich vast aan mij om niet te vallen.
Niemand ging dat ooit zien.
Behalve zij.
Ik wou haar verrassen.
Ik mag niets.
Niemand vertelt u dat op uwen trouwdag uw ballen eraf geknipt worden.
En weggestopt in een kluis waar alleen zij de code van heeft.
Ze haalt ze er alleen uit om ze leeg te schudden.
Kinderen. Ik wil helemaal geen kinderen!
Zij wist dat! Zij wist dat maar al te goed!
Maar ik heb de kleine letterkes niet gelezen, blijkbaar.
(Hij buigt zich over het tafeltje en snuift de restjes coke op.)
Voila! Dan heb ik dat toch gehad.
(Tim lacht en valt bewusteloos op de grond.)
ABBI:
(tegen Valerie) Gij staat in dat boekske.
Dat zijt gij toch?
(Black-out)